Welk autostoeltje?

Welk autokinderzitje (kinderbeveiligingsmiddel) u moet gebruiken hangt af van de lengte en het gewicht van het kind. Een autokinderzitje kan zijn: een babyautostoeltje, een kinderautostoeltje of een zittingverhoger.

Kind groter dan 1,35 meterIs uw kind groter dan 1,35 meter, dan moet uw kind de autogordel gebruiken (voor zover beschikbaar). Loopt de gordel over de hals in plaats van over de schouder, gebruik dan ook een goedgekeurde zittingverhoger.

Kind kleiner dan 1,35 meterIs uw kind kleiner dan 1,35 meter, dan hangt het van het gewicht van uw kind af welk kinderbeveiligingsmiddel u moet gebruiken:

  • minder dan 13 kilo: babyautostoeltje (groep 0 en 0+);
  • tussen 9 en 18 kilo: kinderautostoeltje (groep 1);
  • tussen 15 en 36 kilo: zittingverhoger (groep 2 en 3);
  • meer dan 36 kilo: autogordel, eventueel met zittingverhoger of afzonderlijke gordelgeleider (gordelclip/gordelklem).

Op het kinderzitje staat vermeld voor welke gewichtscategorie deze geschikt is. Naast het gewicht spelen ook de lengte en het postuur van het kind een rol bij de keuze van het meest geschikte kinderzitje. De overlap in gewicht vergroot de ruimte die u heeft om deze keuze te maken.

Groep 0 en 0+: Baby autostoel
Een baby autostoel wordt tegen de rijrichting in geplaatst. Met de driepuntsgordel van de auto wordt het stoeltje vastgezet. Het kind wordt met een Y-gordel vastgemaakt. Sommige van deze stoeltjes kunnen ook met een zogeheten ISOFIX systeem worden vastgezet: aan de achterkant van het autostoeltje zitten dan twee uitsteeksels. Auto’s die voor dit systeem zijn uitgerust hebben tussen de rugleuning en de zitting twee ankers. De uitsteeksels klikt u heel gemakkelijk in de ankers en het autostoeltje zit vast. Soms is er een derde bevestigingspunt. Kijk voor meer informatie in de handleiding van het autostoeltje.

Groep 1: KinderautostoelHet kinderautostoeltje is bedoeld voor kinderen die zelfstandig kunnen zitten. Het kind wordt met de vijfpuntsgordel van het autostoeltje vastgemaakt. Vaak hebben deze autostoeltjes meerdere standen en worden ze met de rijrichting mee geplaatst. Een kinderautostoeltje wordt met de autogordel of met ISOFIX bevestiging vastgezet.

Groep 2 en 3: Zittingverhoger Het kind zit op de zittingverhoger (ook wel booster seat genoemd) en wordt vastgemaakt met de autogordel. De zittingverhoger zorgt ervoor dat het diagonale deel van de autogordel niet langs de hals, maar over de schouder van het kind loopt. Ook zorgt de zittingverhoger ervoor dat de heupgordel over de heupen en niet over de buik loopt. Dit laatste kan voor ernstig inwendig letsel zorgen. Zittingverhogers zijn er met en zonder rugleuning. Het beste is om er een te kopen met (afneembare) rugleuning. De rugleuning is meestal in hoogte verstelbaar en zorgt voor betere zijwaartse steun als het kind onderweg in slaap valt. Bovendien biedt de rugleuning enige bescherming bij een aanrijding van opzij. Ook zorgt de rugleuning ervoor dat het kind iets naar voren komt en daardoor de knieƫn kan buigen. Dat zit prettiger en voorkomt onderuit zakken. Als het kind onderuitgezakt zit, zit de heupgordel niet goed meer en dat kan tot buikletsel leiden bij een botsing.

Kinderen zwaarder dan 36 kiloEr zijn geen autostoeltjes of zittingverhogers goedgekeurd voor kinderen boven de 36 kilo. Deze kinderen zouden dan alleen de autogordel moeten gebruiken. Loopt de gordel bij het kind over de hals loopt in plaats van over de schouder, dan is het verstandig om het kind toch op een zittingverhoger te vervoeren totdat hij/zij lang genoeg is om alleen de autogordel te gebruiken. Een andere mogelijkheid is om een apart aangeschafte gordelgeleider (gordelclip/gordelklem) te gebruiken. Kies alleen voor deze laatste optie als het echt niet anders kan.

Keurmerk kinderzitjesEen kinderzitje moet goedgekeurd zijn volgens de Europese veiligheidseisen: ECE 44/03 of 44/04. Alleen deze kinderzitjes mogen gebruikt worden. Ze zijn voorzien van een keuringslabel of keuringssticker. Daarop staat in een rondje de letter E plus een getal. Verder naar onderen staat het goedkeuringsnummer. Dit nummer moet beginnen met 03 of 04. Ook wordt het gewicht vermeld van de kinderen waarvoor het geschikt is. Een voorbeeld van een officieel label vindt u in de brochure Vervoer van kinderen in de auto. Vraag zonodig advies aan de verkoper.

Als de goedkeuring niet meer geldt, is het geen goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel meer. Een kinderzitje dat geen of een ECE R44/02 keurmerk heeft, mag niet langer gebruikt worden omdat de eisen waaraan deze bij de typekeuring moest voldoen is verouderd. De keuringseisen voor kinderzitjes worden periodiek aangepast aan nieuwe technische ontwikkelingen en inzichten. Er wordt onderzoek gedaan naar mogelijke verbeteringen.

Tweedehands en oude kinderzitjesBij de aanschaf van een tweedehands kinderzitje moet u nagaan of het zitje goed in de eigen auto past en of het kind goed in het zitje zit. Het juiste keurmerk moet aanwezig zijn en de handleiding moet worden meegeleverd. Koop alleen een tweedehands kinderzitje als u heel zeker weet dat er nooit een ongeluk mee is gebeurd. Door de kracht die bij een botsing op een autostoeltje kan worden uitgeoefend is het stoeltje daarna niet meer veilig te gebruiken.

Veel kinderzitjes zijn deels van kunststof gemaakt en blijven vaak in de auto achter, zowel bij vorst als in de brandende zon. Door jarenlange blootstelling van het kinderzitje aan zowel zeer lage als zeer hoge temperaturen neemt de sterkte van het materiaal geleidelijk af. Het is dan ook vanuit verschillende oogpunten niet aan te bevelen om een oud zitje te blijven gebruiken.